Yellow Horsemanship - schriktraining

Alle deelnemers – en ieder ander die tijdens een clinic de rijbaan betreed – is verplicht om een cap te dragen, evenals dichte schoenen. Het dragen van handschoenen is aangeraden.

Aan het begin van iedere groep beginnen we met een korte introductie. We maken kennis met de deelnemers en paarden, zodat niveau en ervaring kort toegelicht kan worden, evenals de verwachtingen en wensen van de deelnemers voor deze clinic. Daarnaast pakken we een kort stukje grondwerk mee, waarin de instructeurs uitleggen op welke manier we de paarden gaan begeleiden en worden de veiligheidsaspecten doorgenomen.

Obstakels:

De volgende obstakels worden aangeboden/meegebracht:
(afhankelijk van het niveau van de deelnemer en het paard wordt er gekeken welke obstakels
gedaan worden en in welke mate de obstakeloefeningen uitgebouwd worden in moeilijkheidsgraad)
• Station met stok met plastic, paraplu en vlag
• Slalom met ballonnen
• Grondzeil
• Vliegengordijn
• Station met opblaasobjecten en geluid makende objecten

Doel van de obstakels:

1. Station met stok met plastic, paraplu en vlag
Deze objecten zijn visueel indrukwekkend voor het paard. Er kan geoefend worden met het toenaderen met de objecten, of met het tegenkomen/passeren/volgen van de objecten. De moeilijkheidsgraad is op te bouwen door te beginnen met de objecten klein/ingevouwen en steeds verder uit te vouwen, meer te bewegen, het paard er mee toedekken/aanrakken en het object geluid laten maken.

2. Slalom met ballonnen
Een goede oefening voor leiderschap. Lukt het om je paard langs en tussen de ballonnen door te begeleiden? Wat doe je als je paard iets spannend vindt onderweg, hoe kun je een spannend object benaderen en veilig passeren? De moeilijkheidsgraad is op te bouwen door meer of minder afstand in de slalom in te bouwen en te gaan variëren met voorwaarts erlangs, voorwaarts ertussen, achterwaarts erlangs en achterwaarts ertussen te manoeuvreren en ertussen stil te gaan staan.

3. Grondzeil
Bij deze oefeningen kom je een veranderende ondergrond tegen. Waar sommige paarden vooral moeite hebben met objecten op afstand, vinden andere paarden vooral objecten op de grond erg spannend. Hoe ga je hier mee om en hoe overtuig je je paard op veilige en vriendelijke wijze dat er geen haaien in zwemmen? De moeilijkheidsgraad is op te bouwen door te beginnen met een ‘slootje’, door te werken naar het uitgevouwen zeil en eventueel nog moelijker te maken door er ritselende petflesjes overheen te strooien of het paard met het zeil ‘in te pakken’.

4. Vliegengordijn
Deze oefening is eindeloos divers toe te passen. Je traint visuele barrières, aanrakingen en smalle (onder)doorgangen. Deze oefening wordt veelal gebruikt bij paarden die moeilijk de trailer op gaan, of die de doorgang van de stal of bak spannend vinden. De oefening is ‘instap klaar’ met alle slierten opengevouwen naar de zijkant en moeilijker te maken door de slierten steeds verder dicht te hangen. Je kunt je paard leren voorwaarts er doorheen te gaan, achterwaarts er doorheen te gaan en zelfs stil te staan tussen de slierten!

5. Station met opblaasobjecten en geluid makende objecten
De speelgoedwinkel nemen we gezellig mee bij deze oefeningen. Hoe gekker hoe leuker, overtuig je paard daar maar van! Pak een yoga bal, ratelaar of zwembadfiguur en wees lekker creatief!

Let op: De deelnemers mogen zelf kiezen bij welk station zij willen beginnen en welke objecten (indien van toepassing) zij willen gebruiken. De instructeurs zullen begeleiden bij het toepassen van de leertheorieën binnen de oefeningen en het veilig en verantwoord uitvoeren van de oefeningen. 
Het paard bepaald ten alle tijden het tempo van een oefening, en het kan dus zo zijn dat het ene paard binnen het uur meerdere stations mee kan pakken en een ander paard wat langer bezig is op een oefening. Een oefening hoeft niet tot het eind uitgebouwd te worden en de deelnemers mogen natuurlijk kiezen om overal een beetje van mee te pakken. Belangrijk hierbij is dat elke oefening op positieve manier afgesloten wordt voordat er verder gegaan wordt met een andere oefening. De instructeurs zullen hierop toezien en begeleiden of ingrijpen waar nodig.